Geschiedenis
Kazerne

Nadat het militaire garnizoen een aantal jaren in een tentenkamp en barakken verbleef, werd in 1939 de Van Kazerne opgeleverd. Na de oorlog deed deze kazerne dienst als opleidingskazerne voor eenheden die naar Indonesië werden uitgezonden. Vanaf 1951 kreeg het de bestemming Onderofficiersschool en vanaf 1961 het predicaat Koninklijk. Sindsdien beter bekend als de Koninklijke Militaire School. De school waar alle onderofficieren van de Koninklijke Landmacht worden opgeleid. In 2014 werd deze opleiding verplaatst naar Ermelo.

Weert Garnizoensstad

De minister van Oorlog: Marine Jannes van Dijk gaf Boost op 15 augustus 1937 de opdracht om 16 standaard kazernes te ontwerpen. In het verleden werden individuele ontwerpen gemaakt, maar nu ontbrak de tijd maar ook geld hiervoor en werden er standaardkazernes ontworpen. Bedoeling was om op deze infanteriekazernes één bataljon infanterie dan wel één regiment infanterie (regimentsstaf en twee bataljons) te huisvesten.

Boost ontwierp gestandaardiseerde kazernes die modern waren volgens vaste opzet. De kleinere kazernes bestonden uit een poortgebouw met ingang tot de kazerne en doorgang naar exercitieterrein. In het poortgebouw bevonden zich de officiers-, onderofficiers- en manschappen-kantines alsmede sportzaal, stafbureaus, wacht en celruimte. Rondom de appelplaats zijn symmetrisch in U-vorm drie legeringsgebouwen en een ketelhuis/keukengebouw geplaatst. Het was gebruikelijk om bij grotere kazernes volgens het paviljoensysteem functiescheiding per gebouw aan te brengen. Bij enkele kazernes week hij hier echter vanaf en werden functies gecombineerd in 1 gebouw, waarschijnlijk uit kostenoogpunt. Het ontwerp van 4 grotere kazernes werd afgeleid uit het standaardontwerp waarbij het poortgebouw werd vervangen door aparte gebouwen. Het ontwerp van Boost werd vervolgens nog beoordeeld door de architecten prof. ir. Richard Schoemaker en prof. Nico Landsdorp. Maar een klein aantal aanpassingen was nog nodig.

De standaardontwerpen van de Boostkazernes waren echter niet zo standaard. Verschillen ontstonden door verschillende vormen van het kavel waarop gebouwd kon worden. Ook van de U-vorm werd afgeweken, de vorm is niet altijd U-vormig en ook zijn er verschillen in de lengte van de voorgevel en de lengte van de poten van de U. Ook zijn er verschillen op te merken in de poorten met een rechte latei of halfronde boog. Daarnaast zijn er verschillende uitvoeringen van de ramen boven de uitbouwtjes direct naast de poort. Er mochten namelijk wijzigingen aangebracht worden zodat meer aansluiting werd gevonden bij de plaatselijke bouwtraditie. Ten slotte ontstonden er ook nog verschillen van het ‘standaardontwerp’ door variaties in de kleur van de metselstenen en kleur van dakpannen (rood in plaats van zwart). Al met al bestaat geen enkel duplicaat van 1 van deze 16 kazernes.

De stijl van Boost voor deze kazernes noemt men zakelijk-expressionisme. Kenmerken van de Amsterdamse– en Delftse School en het Nieuwe Bouwen zijn hierin terug te vinden. De Amsterdamse School is een expressionistische stroming, vooral gebruikt bij woningbouwprojecten. De Delftse School heeft als basis het rationalisme van Berlage. Met andere woorden: door eenvoud en harmonie verkrijgt men een mooi gebouw. De Delftse School is vooral bekend door de wederopbouw buiten de grote steden.

De geschiedenis van die kazerne is ouder dan de school. Ze gaat terug naar het jaar 1938 wanneer op de voormalige akker- en weidelanden van de Nelissenhof de schop in de grond gaat voor de bouw van permanente huisvesting van een heus garnizoen. Eind 1937 had burgemeester Kolkman al, na het nodige lobbywerk in den Haag, de Weertenaren kunnen melden dat Weert een vast soldatenverblijf zou krijgen: een ontwikkeling die als impuls voor de werkgelegenheid gezien werd. Dat garnizoen, het 2e bataljon IV Regiment Infanterie, arriveert op 29 maart 1938 per trein en presenteert zich al marcherend over de Singels aan de Weerter bevolking. Eindigen doet het met een officiële inspectie op de Markt voor het stadhuis.

oud 1
Foto van de eetzaal van het barakkenkamp

oud 2
Het maken van de funderingen in  1938 (GAW Beeldbank)

onbekende onderofficieren

 

Dan zijn er wel al soldaten. Maar nog geen kazerne. Daarom fungeren de woningen in de binnenstad nog enkele maanden als noodonderkomen. Daarna wordt een inderhaast barakkenkamp op het terrein van het BC betrokken. Pas in december 1939 is de kazerne zover gereed dat de soldaten er in kunnen trekken. Lang kunnen ze er niet van profiteren want begin mei 1940 worden de kazernegebouwen omgeruild voor de huizen en loopgraven langs het kanaal. De kazerne blijft leeg achter.

Van Horne Kazerne

Dat de stad Weert vaak de Van Horne-stad wordt genoemd, is heel begrijpelijk wanneer men bedenkt, dat de plaats in vroeger eeuwen een bezitting en zelfs de residentie is geweest van het bekende geslacht Van Horne. De naamgeving aan de in 1938 in Weert gebouwde kazerne “Van Hornekazerne”, is daarom eveneens begrijpelijk. Omtrent de vraag, naar welke personen uit het Huis van Horne de gebouwen zijn genaamd, bestaat echter een jarenlang misverstand. Men zou terecht mogen veronderstellen, dat de kazerne zou zijn vernoemd naar de meest bekende graaf van Horne (Hoorn), Philips II van Montmorency. Immers deze Philips had niet alleen relaties met Weert doordat hij Heer van Weert was, aldaar resideerde en er later begraven werd, maar hij was bovendien een figuur van nationale betekenis, daar hij met Willem van Oranje en graaf van Egmond het sein heeft gegeven tot de opstand tegen Spanje. Wegens hun aandeel in de strijd werden hij en Egmond in 1568 op last van Alva te Brussel onthoofd. Het stoffelijk overschot van Philips II van Montmorency werd overgebracht naar Weert en begraven vóór het hoogaltaar in de Sint Martinuskerk. Ofschoon het dus geheel voor de hand zou hebben gelegen om de kazerne in Weert naar hem te vernoemen, is het gebouw niet naar hem maar naar een geheel andere Van Horne vernoemd. Dit blijkt uit een in 1961 op het Hoofdkwartier van de Generale Staf aangetroffen fotokopie van een oorkonde uit het jaar 1938 (de oorkonde zelf is in de oorlogsjaren verloren gegaan), waarin de toenmalige minister van Defensie, van Dijk, bekend maakte, dat bij zijn beschikking van 21 december 1938, Litt. C. 327 was bepaald dat de kazerne de naam zou dragen “Van Hornekazerne” naar graaf Willem Adriaan van Horne, generaal der Artillerie, overleden 4 maart 1694. Ofschoon deze Van Horne in militaire kringen als beroemd generaal bekend staat, had hij met Weert niets uit te staan, daar hij slechts een lid van een verre zijtak der Weerter Hornes was; bovendien was hij geen figuur uit onze nationale geschiedenis zoals Philips. Dat de kazerne naar hem is vernoemd, is waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit, dat hij dezelfde naam droeg als de graven van Horne, waarvan men wist dat zij in Weert thuishoorden. Al met al een onbevredigende geschiedenis, omdat men aan Philips van Horne (Hoorn) of Van Montmorency voorbij is gegaan, die toch zeker in Weert geëerd hadden moeten worden.

1) Zie: “Histoire Généalogique de la Maison de Hornes” door Goethals, Brussel 1848 en “Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek” deel Il.

Vreemde soldaten

De Duitsers nemen de kazerne dankbaar in gebruik en tijdens de bezetting zullen er diverse legeronderdelen vertoeven. Na een haastig vertrek in september 1944 wordt de kazerne het onderkomen van diverse Engelse legereenheden die deze – voor Engelse begrippen – ruime gebouwen dankbaar in gebruik namen. Er is zelfs een van hen die bij het neerschrijven van zijn oorlogsmemoires een passage wijdt aan die kazerne. Rex Wingfield is zijn naam en hij beschrijft dat de Engelsen er begin 1945 een verschrikkelijke wanorde aantroffen en dat in de lokalen nog de ‘reuk van Teutonen hing’: voor de ‘Engelse gevoelige neus een aanwijzing van ‘s vijands verblijf’). Het was volgens hem een melange van de lucht van scherpe tabak, en geweervet. Daarnaast meldt hij nog de nodige tekeningen op de muren van ‘Teutoonse schonen, dik en blond, dartelend in de alpenweiden’. Overigens zouden rond 1990 bij verbouwingswerkzaamheden nog Duitse opschriften gevonden worden, die helaas onder de sloophamer verdwenen.

Eisenhower

De kazerne mocht in die tijd ook een beroemde gast verwelkomen. Niemand minder dan generaal Dwight D. Eisenhower, de opperbevelhebber van de geallieerden, bracht op 30 november 1944 een bezoek aan de kazerne. Daar was op dat moment het hoofdkwartier van het 12e Engelse Legercorps gehuisvest. Deze eenheid zou ook zorgen voor namen aan de gebouwen; namen nog steeds op gebouwen van het originele complex uit 1938 prijken.

oud 9

Van opleidingskazerne tot Koninklijke Militaire School

Kort na de bevrijding van Nederland wordt de roep om soldaten voor de strijd in Nederlands-Indië steeds luider. Honderden melden zich als vrijwilliger. De kazerne wordt dan het decor van de opleiding van één zo’n bataljon van deze oorlogsvrijwilligers, de stootroepers zoals ze genoemd worden. De kazerne wordt langzamerhand steeds meer een opleidingsinstituut en na allerlei kortdurende opleidingsvormen wordt ze in 1952 de locatie voor dé onderofficiersschool. Die was het jaar daarvoor in Wezep gestart. Op 1 september 1961 ontving de school uit handen van Prins Bernhard in zijn hoedanigheid als Inspecteur-Generaal der Landmacht, het predicaat “Koninklijk” en heet sindsdien “Koninklijke Militaire School”.

Kanton Weert 1 september 1961

Bij deze gelegenheid zegde het gemeentebestuur van Weert toe om als een klein huldeblijk een afschrift van de oorkonde van 1938 te laten maken. Aan de hand van bovengenoemde fotokopie van het origineel werd een gekalligrafeerd en natuurgetrouw afschrift vervaardigd en aan de kazerne aangeboden.

Uitbreidingen van de kazerne

Bij de oplevering van de kazerne in 1939 en 1940 bestond het complex uit ongeveer 15 gebouwen. De gebouwen die nu het oude gedeelte van de kazerne vormen. In 1948 en 1949 zijn een gebouwen voor opslag en sport bijgebouwd.

In 1961 werd er een apart gebouw geplaatst waarin de onderofficiersmees gevestigd werd, geb 27. In 1952 kwam er een apart gebouw voor de logistiek, 026. En gebouw 30 werd in 1962 opgeleverd voor het onderbrengen van de Majoor Ligthart School. Deze school is destijds in het leven geroepen om dienstplichtigen die bij de Koninklijke Marechaussee hadden gediend maar over onvoldoende vooropleidingen beschikten om onderofficier te worden, een aanvullende scholing op MAVO-niveau aan te bieden.

foto 1

In 1971 waren er weer extra faciliteiten nodig. Vanaf dat moment konden ook dames de opleiding tot onderofficier volgen en om hen onder te brengen is gebouw 15 als legeringsgebouw in gebruik genomen. Ook de extra behoefte aan leslokalen werd in dit jaar afgedekt door gebouw  024 in gebruik te nemen. In 1973 is het zwembad opgeleverd en voor een meer professionele medische ondersteuning in  1990 een apart gebouw (14) voor medische voorzieningen.

In 1992 zijn er twee ‘hotelgebouwen’ opgeleverd om de cursisten die een aanvullende opleiding genoten, te kunnen huisvesten. In 2001 nog aangevuld met een derde gebouw. Voor de extra behoefte aan leslokalen is gebouw 28 in gebruik genomen.

IMG_3855

In 1998 is de huidige sporthal in gebruik genomen. Professionele sport is een steeds belangrijker onderdeel van de opleiding geworden waarvoor dit nieuwe gebouw de juiste faciliteiten heeft.

IMG_3841

Het terrein is meerdere malen uitgebreid en beslaat nu 17,98 hectare.

Tot 19 december 2014 heeft de Van Hornekazerne onderdak geboden aan de Koninklijke Militaire School(hierna KMS). Gedurende de jaren dat de KMS hier gevestigd was, zijn er duizenden onderofficieren voor de Koninklijke Landmacht opgeleid. In de hoogtijdagen waren er per dag ruim duizend leerlingen en instructeurs in het complex werkzaam. Ook is er altijd een goede relatie tussen de militairen en de Weerter gemeenschap geweest. Tijdens de herdenkingen op 4 mei, de herdenking van de bevrijding van Weert in september en bij tal van andere activiteiten, hebben de militairen van de kazerne altijd de helpende hand geboden. Tijdens de viering van Weert 600 in 2014 hebben de militairen bij vele activiteiten in de gemeente, een essentiële bijdrage geleverd aan het welslagen ervan.

beediging in weert

Koninklijk bezoek

Reeds vroeg in het bestaan van de Van Horne Kazerne kwam er belangrijk bezoek. Generaal Dwight D. Eisenhower bezoekt de Engelse troepen die korte tijd na de oorlog nog steeds gelegerd waren in de kazerne.

oud 9

In 1956 bezoekt Prins Bernhard voor de eerste keer de Van Horne Kazerne. Hij werd ontvangen door garnizoenscommandant Luitenant-kolonel Kersjes. Zijn tweede bezoek was in 1959 ter ere van het 10-jarig bestaan van de onderofficiers-school van de Koninklijke Landmacht. Dit werd vorm gegeven door een inspectie en een parade.

foto bernhard

Op 1 september 1961 komt de prins wederom op bezoek, deze keer om de titel Koninklijk aan de school te verbinden die vanaf dan door het leven gaat als Koninklijke Militaire School, de KMS.

8 mei 1967 toont Prins Bernhard wederom belangstelling voor de KMS. Dit keer om de nieuw in het leven geroepen opleiding voor technisch specialisten te bezoeken.

27 augustus 1982 bezoekt Koningin Beatrix de Van Hornekazerne om dat op 24 juni 2009 bezoek Koningin Beatrix te herhalen.

Sluiting van de Van Hornekazerne

Eind mei 2011 maakte de minister van Defensie bekend de Van Hornekazerne wegens bezuinigingen te willen sluiten. Toenmalig minister Hillen van Defensie wilde de school verhuizen naar Ermelo. Naast militairen werkten er ongeveer honderd burgers op de kazerne in Weert. Tegen de sluiting van de laatste kazerne in Limburg maakten de gemeenteraad en burgemeester Dijkstra bezwaar. Op 19 december 2014 is de kazerne niettemin gesloten. Kolonel Ton Nijkamp, de commandant van de KMS, nam tijdens een ceremonie het vaandel in ontvangst uit de handen van de burgemeester van Weert, onder toeziend oog van (oud-)militairen, betrokken inwoners en een klein peloton leerlingen. Het militair personeel is verhuisd naar de Jan van Schaffelaer-kazerne in Ermelo. Het museum en monument van de Limburgse Jagers is verhuisd naar Oirschot.